zondag 20 december 2015

Het verdwenen paadje

Met grote regelmaat ben ik te vinden in de natuur. Van kind af aan vind ik het heerlijk om te wandelen tussen het groen, de vogels te horen fluiten en de frisse buitenlucht in te ademen. Het dichtstbijzijnde bos ken ik dan ook als geen ander, ik heb alle routes meerdere malen bewandeld en ik ben het in de loop der jaren, geen grootheidswaanzin schuwend, zelfs een beetje als 'mijn bos' gaan beschouwen. Tijdens mijn wandelingen laat ik me soms meevoeren in mijn fantasie en verbeeld ik me dat ik een mythisch wezen ben dat conversaties voert met de bomen. Ik bevind me dan in een staat van zen en kom volledig tot rust, één met de natuur.

Heel anders was het toen ik bij één van mijn laatste wandelingen mijn favoriete bospaadje in wilde lopen en tot de ontdekking kwam dat het paadje er niet meer was. Verrast en verward moest ik aanschouwen dat op de plek van mijn favoriete pad een complete ravage had plaatsgevonden. Alsof een kwade bosgeest met allesvernietigende kracht voor een totale verwoesting had gezorgd. Dit kon toch niet waar zijn? Dit kon de goede bosfee in mij toch niet zomaar over haar kant laten gaan? 'Mijn paadje' was niet zomaar een paadje, moet je weten. Het was een prachtig smal laantje met aan weerszijden een bloemenzee van dieppaarse rhododendrons, die met hun uitbundige bloei tijdens de vroege zomermaanden de wandelaars hartelijk verwelkomden. De bloeitijd was dan wel inmiddels geruime tijd voorbij, maar ook tijdens de koudere herfstmaanden bood dit pad een prachtig uitzicht. De aanblik van gekapte bomen en stapels dode takken die nu met ruwe kracht op de plek van het pad leken te zijn gedumpt, liet deze goede bosfee in totale verslagenheid. Mijn toverstafje weigerde dienst
.

Als dit paadje zo ruw was verwoest, wat was er dan nog over van de rest van de wandelroute? Als mijn mooie bloemenpad niet meer bestond, hoe was het dan met mijn geliefde tweelingbomen? Waar je bij uitkwam als je na het bloemenpad de weg overstak en - om het sprookje compleet te maken - twee dikke boomstammen een natuurlijke poort vormden. Door de bosfee in mij liefkozend de tweelingbomenpoort genoemd. Mijn hersenen maakten overuren, de gedachten gingen razendsnel. Van een staat van zen was niets meer te bespeuren, ik verkeerde eerder in een vechtstemming.

Op zoek naar het bewuste pad voelde ik de boosheid in me opborrelen. Wat dachten ze wel? Mijn bos zo toetakelen. Met snelle pas vervolgde ik mijn weg. Om op de plek waarin ik doorgaans het paadje naar de twee dikke boomstammen in liep, te moeten constateren dat ook hier een kwade bosgeest aan het werk was geweest. Wederom stuitte ik op stapels dood hout en kale takken, die de ingang naar het paadje volledig blokkeerden. Ik liet het er niet bij zitten. Ingang of niet, ik moest met eigen ogen zien of m'n tweelingbomenpoort er nog was. Ik moest dan weliswaar een slootje over, maar zoals in elk sprookje laat geen enkele fee zich door een kleinigheidje weerhouden en dus nam ik in een vlaag van verstandsverbijstering een aanloopje en sprong...


Om middenin de sloot te eindigen, met mijn schoenen vol modder en een vieze broek als gevolg. Wat zou de goede fee in het sprookje nu doen? Niet opgeven natuurlijk, ik had op dit punt niets meer te verliezen. Ik krabbelde uit de sloot en baande me een weg door het dichte woud. Hier en daar moest ik laaghangende takken weren en oppassen dat ik me niet bezeerde aan scherpe doornen. En net als in een echt sprookje begon het inmiddels een beetje te schemeren, wat het toch ook wel een beetje spannend maakte. Zou ik voor het donker de twee dikke boomstammen nog kunnen vinden?


Helaas. Na een heuse survivaltocht door een onbegaanbaar bos heb ik moeten vaststellen dat ook de tweelingbomen zijn gekapt en de natuurlijke poort het veld heeft moeten ruimen. Vol verslagenheid ben ik teruggekeerd, diep geraakt door deze verandering. Allerlei emoties passeerden de revue: verwarring, boosheid, verdriet. En ik vroeg mij af: hoort dit ook bij het syndroom van Gilles de la Tourette? Wie zal het zeggen, ik weet het niet. Ik kan niet zeggen of ik dit anders zou hebben ervaren als ik zonder deze aandoening geboren was. Maar het lijkt erop dat het ervoor zorgt dat ik alles wat extremer ervaar. Zowel in positieve als in negatieve zin. Voor veel mensen zal het ondenkbaar zijn om zover te gaan in een zoektocht naar een bospaadje. Voor mij is het ondenkbaar om zomaar op te geven en naar huis te moeten keren zonder duidelijkheid. En ja, dan doe ik soms rare dingen en dan kom ik met een broek vol modder thuis. Maar daar staat tegenover dat ik intens kan genieten van een wandeling in het bos, omdat het voor mij zoveel meer is. Ik bevind me in een sprookjeswereld, waarin ik de hoofdpersoon ben en avonturen beleef met de bomen die tegen me praten. De gedachte dat ik ze niet heb kunnen redden van hun ondergang maakt me intens verdrietig, maar ik ga ervan uit dat dit nodig was om nieuwe, nog mooiere wandelroutes aan te leggen in mijn geliefde bos. Dat besef haalt me uit mijn fantasie en brengt me weer met beide benen op de grond. Maar is het niet fijn dat ik als een kind in totale verwondering helemaal kan opgaan in een fantasiewereld? Ook dat hoort waarschijnlijk bij Tourette en soms, héél soms, maakt dat het leven toch nèt een klein beetje mooier.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen